Wat is neurodiversiteit?
- Anouk Vermolen

- 21 apr
- 10 minuten om te lezen
Neurodiversiteit is een term die je steeds vaker lijkt te horen, maar wat is het nou eigenlijk? Als je eraan denkt, denk je al snel aan ADHD of autisme. Maar dat is niet het hele verhaal. Het gaat niet over één brein, één normaal of één afwijking. Het gaat over het totaal aan variatie in breinen.
Geen enkel brein is hetzelfde. En die variatie is groter, en belangrijker, dan de meeste mensen zich beseffen.
In deze blog
Wat is neurodiversiteit?
Wat is neurodivergentie?
Het medische model versus het sociale model
Wat valt er onder neurodiversiteit?
Hoeveel mensen zijn er neurodivergent?
De 7 dimensies van Jim van Os
Spiky profiles: sterktes en uitdagingen naast elkaar
Waarom neurodiversiteit is belangrijk?
1. Wat is neurodiversiteit?
Het woord neurodiversiteit is opgebouwd uit twee delen: neuro (van het Griekse woord voor brein of zenuwstelsel) en diversiteit (verscheidenheid, variatie). Het beschrijft de volledige variatie in hoe menselijke hersenen functioneren, zowel bij neurotypische als neurodivergente mensen.
Neurodiversiteit is daarmee geen eigenschap van een individu, maar van de mensheid als geheel. Net zoals biodiversiteit de variatie beschrijft in het leven op aarde, beschrijft neurodiversiteit de variatie in hoe hersenen zijn gebouwd, functioneren en de wereld verwerken.
Het concept neurodiversiteit werd in de jaren negentig geintroduceerd door de Australische sociologe Judy Singer, die zelf deel uitmaakt van het autismespectrum. Haar definitie is helder en krachtig:
"Neurodiversity is a concept where neurological differences are recognized and respected as any other human variation."
Singer beargumenteerde dat neurologische verschillen geen afwijkingen zijn die gecorrigeerd moeten worden, maar variaties die net zo natuurlijk zijn als andere vormen van menselijke diversiteit. Denk aan cultuur, geslacht of etniciteit. Het neurodiversiteitsparadigma verschuift de blik: van probleem naar perspectief.
Wie is Judy Singer en waarom is haar werk belangrijk?
Judy Singer is een Australische sociologe en zelf autistisch. In haar proefschrift uit 1999 introduceerde ze de term neurodiversiteit als wetenschappelijk concept. Ze stelde daarin dat neurologische verschillen niet als stoornissen moeten worden gezien, maar als een uitdrukking van menselijke variatie, net zoals geslacht of etniciteit. Haar werk legde de basis voor een brede maatschappelijke beweging die inmiddels doorwerkt in de wetenschap, het onderwijs en het bedrijfsleven.
Is neurodiversiteit een officieel wetenschappelijk begrip?
Ja. Neurodiversiteit wordt inmiddels breed gebruikt in de wetenschappelijke literatuur, onder meer in publicaties over psychiatrie, neurologie en organisatiepsychologie. Het verschuift het vocabulaire rondom hersenverschillen: van termen als "stoornis" en "symptoom" naar "kenmerk" en "profiel". Invloedrijke academische tijdschriften bevelen dit taalgebruik expliciet aan als nauwkeuriger en minder stigmatiserend.
Hoe past neurodiversiteit in bredere diversiteitsdiscussies?
Neurodiversiteit hoort thuis in het bredere gesprek over inclusie. Net zoals we erkennen dat mensen verschillen in geslacht, culturele achtergrond of beperking, erkennen we met neurodiversiteit dat hersenen op fundamenteel verschillende manieren werken. Dit heeft directe gevolgen voor hoe we organisaties, werkplekken, onderwijs en communicatie inrichten. Diversiteit zonder neurodiversiteit is per definitie onvolledig.

2. Wat is neurodivergentie?
Neurodivergentie combineert neuro (brein) en divergent (afwijken van, of een andere richting nemen). Het is een parapluterm voor mensen wiens brein functioneert op een manier die afwijkt van wat in de samenleving als de dominante norm wordt beschouwd.

Neurodivergentie beschrijft een individueel kenmerk: jij als persoon hebt een neurodivergent brein. Neurodiversiteit beschrijft het collectieve beeld: de variatie binnen de mensheid als geheel.
Het tegenovergestelde is neurotypisch: hersenen die binnen de gewenste reikwijdte van de norm vallen en daardoor niet of nauwelijks dagelijks hinder ondervinden van hoe de wereld is ingericht. Volgens verschillende onderzoeken is zo'n 80% van de populatie neurotypisch.
Wat is het verschil tussen neurodivergent en neurotypisch?
Neurotypisch betekent dat je hersenen functioneren op een manier die overeenkomt met de dominante norm in de samenleving. Neurodivergent betekent dat er een significante afwijking is van die norm, in een mate en frequentie waarbij dat merkbaar doorwerkt in het dagelijks leven. Beide begrippen bestaan alleen in relatie tot elkaar: wat als "normaal" geldt is altijd een sociale constructie, geen absolute biologische werkelijkheid.
Heb je een diagnose nodig om neurodivergent te zijn?
Nee. Een diagnose is nuttig voor toegang tot erkenning, informatie, hulpverlening en vergoeding. Maar het is geen voorwaarde om je neurodivergent te noemen. Wat telt, is het patroon van hoe het brein werkt. Veel mensen, zeker vrouwen en mensen die laat in hun leven gediagnosticeerd worden, leven lang zonder diagnose terwijl hun neurologie onmiskenbaar verschilt van de norm.
Waarom kan een diagnose alsnog waardevol zijn?
Een diagnose kan zorgen voor erkenning en begrip. Het geeft denkkaders om de werking van je eigen brein beter te begrijpen en biedt toegang tot de juiste ondersteuning, medicatie en hulpverlening. Founder van ANTRE, Anouk Vermolen, over haar eigen ADHD-diagnose: "Mijn ADHD-diagnose gaf me erkenning en begrip, maar heeft mij ook denkkaders gegeven om te leren over de werking van mijn brein."
3. Het medische model versus het sociale model
Hoe we aankijken tegen neurologische verschillen hangt af van het perspectief dat we hanteren. Er is een maatschappelijke verschuiving gaande van het medische naar het sociale model. Het maakt een fundamenteel verschil voor hoe je als organisatie handelt.
Het medische model gaat uit van een gezonde norm. Wie daar te ver van afwijkt, wordt gezien als ziek, onvoldoende ontwikkeld of gestoord. De oplossing: het individu behandelen, leren omgaan, of laten aanpassen aan de bestaande omgeving.
Het sociale model gaat uit van een dominante norm. Uitdagingen worden niet gezien als een eigenschap van de persoon, maar als een mismatch tussen de persoon en de omgeving. De oplossing: de omgeving aanpassen zodat er ruimte is voor verschillende neurologische profielen.
ANTRE werkt vanuit het sociale model. Niet omdat uitdagingen worden ontkend, maar omdat de omgeving directe invloed heeft op de mate van beperking die wordt ervaren. Er zijn meerdere verantwoordelijken.
Sluit het sociale model behandeling of ondersteuning uit?
Nee. Het sociale model ontkent niet dat neurodivergente mensen soms ondersteuning, medicatie of begeleiding nodig hebben. Het beargumenteert dat dit naast, en niet in plaats van, omgevingsaanpassingen moet bestaan. Uitdagingen zijn zelden puur individueel: ze ontstaan in de wisselwerking tussen brein en context. Beide kanten vragen aandacht.

4. Wat valt er onder neurodiversiteit?
Neurodiversiteit omvat alle hersenen, inclusief neurotypische. Maar als het gaat om neurodivergentie, zijn er een aantal profielen die het vaakst worden benoemd. Bij ANTRE hanteren we de volgende scope: ADHD, autisme, dyslexie, dyscalculie, hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit.
Belangrijk om te benoemen: hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit zijn geen officiele diagnoses. In bredere definities worden ook dyspraxie en ticstoornissen meegerekend. De lijst is nooit uitputtend. Niet iedereen heeft een formele diagnose, en dat is ook geen vereiste. Wat telt, is het patroon van hoe het brein werkt.
Wat is ADHD en wat zijn de kenmerken?
ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder en kenmerkt zich door uitdagingen met aandacht, impulsregulatie en soms hyperactiviteit. Maar ADHD is ook geassocieerd met hyperfocus, creativiteit, besluitvaardigheid en het vermogen om onder druk te presteren. Het profiel heeft uitschieters in beide richtingen, afhankelijk van de taak en de context.
Wat is autisme en wat zijn de kenmerken?
Autisme is een brede verzameling van neurologische kenmerken die de manier beinvloeden waarop iemand communiceert, informatie verwerkt en de wereld ervaart. Mensen met autisme hebben vaak uitzonderlijke kwaliteiten op het gebied van patroonherkenning, precisie, systeemdenken en betrouwbaarheid. De uitdagingen liggen vaker in sociale interacties die niet expliciet zijn en in onverwachte veranderingen.
Wat is dyslexie en hoe werkt het op de werkvloer?
Dyslexie beinvloedt hoe iemand tekst leest en schrijft. Het gaat niet over intelligentie, maar over een andere manier van taalverwerking. Op de werkvloer kan dit uitdagingen geven bij schriftelijke rapportages, maar dyslectische mensen scoren vaak hoog op visueel-ruimtelijk denken, empathisch redeneren en het verbinden van complexe informatie op een hoger abstractieniveau.
Wat is het verschil tussen hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit?
Hoogbegaafdheid verwijst naar een bovengemiddeld cognitief vermogen dat gepaard gaat met intensiteit, een hoge mate van perfectionisme en soms een groot gevoel van ongelijkheid met de omgeving. Hoogsensitiviteit beschrijft een zenuwstelsel dat prikkels dieper verwerkt: zintuiglijke, sociale en emotionele informatie komt sterker binnen. Beide beinvloeden hoe iemand functioneert in een standaard werkomgeving.
Hoeveel mensen zijn neurodivergent?
Schattingen lopen uiteen, maar de meest geciteerde cijfers liggen tussen de 15 en 20 procent van de bevolking. In de praktijk ligt het percentage waarschijnlijk hoger: veel mensen hebben geen diagnose, zijn laat gediagnosticeerd of identificeren zich niet als neurodivergent.
Dat betekent: in elk team, in elke vergadering, in elke organisatie zijn neurodivergente mensen aanwezig. Zichtbaar of niet. En de meeste omgevingen zijn niet op hen ingericht.
Waarom zijn exacte cijfers zo moeilijk te bepalen?
De definitie van neurodivergentie varieert per bron. Sommige bronnen tellen alleen formele diagnoses. Anderen nemen ook zelfidentificatie mee. Onderdiagnose speelt een grote rol, zeker bij vrouwen en mensen met een niet-westerse achtergrond die minder herkend worden in het huidige diagnostische systeem. Bovendien zijn er grote regionale verschillen in toegang tot diagnostiek.
6. De 7 dimensies van Jim van Os
Psychiater en onderzoeker Jim van Os (2025) biedt een bruikbaar wetenschappelijk kader. Volgens hem helpt het neurodiversiteitsmodel om variatie te begrijpen door te kijken naar zeven dimensies waarop elk brein een uniek profiel heeft. Er bestaat geen standaardbrein.
"The neurodiversitymodel helps us in understanding variation by looking at seven dimensions."

De zeven dimensies zijn: emotieregulatie (hoe emoties worden gevoeld, verwerkt en gereguleerd), stressmanagement (hoe alertheid en stressniveaus worden gereguleerd), sociale interactie (hoe iemand verbinding maakt en communiceert), fysieke gewaarwording (hoe interne lichaamssignalen worden waargenomen), executief functioneren (hoe iemand denkt, plant en organiseert), sensorische ervaring (hoe externe prikkels worden verwerkt) en gedragsprocessen (hoe iemand actie onderneemt en motivatie vasthoudt).
Elk brein scoort anders op elk van deze zeven dimensies. Daarmee is elk profiel uniek, en daarmee is de notie van een "standaardbrein" wetenschappelijk onhoudbaar.
De dimensies laten zien dat neurologische profielen niet netjes in vakjes passen. Iemand kan hoog scoren op executief functioneren en laag op sensorische verwerking, ongeacht of er een diagnose is of niet. Dit maakt duidelijk waarom twee mensen met dezelfde diagnose totaal verschillende ervaringen en behoeften kunnen hebben. Een label is een startpunt, geen definitie.
Cognitieve processen
Cognitieve processen omvatten alles wat te maken heeft met denken en leren. Dit varieert van geheugen en probleemoplossend vermogen tot hoe snel en efficiënt we informatie verwerken. Bijvoorbeeld:
Aandacht en concentratie: Hoe goed kun je je concentreren en je aandacht ergens bij houden?
Geheugen: Hoe goed kun je dingen onthouden, zowel op de korte als lange termijn?
Probleemoplossend vermogen: Hoe bedenk je oplossingen voor uitdagingen en problemen?
Emotionele Processen
Emotionele processen gaan over hoe we emoties ervaren en uiten. Dit omvat:
Emotionele regulatie: Hoe goed kun je je emoties beheersen en reguleren?
Emotionele reactiviteit: Hoe intens en snel reageer je op emotionele prikkels?
Empathie: Hoe goed kun je je inleven in de emoties van anderen?
Gedragsprocessen
Gedragsprocessen beschrijven hoe we ons gedragen, zowel intern (binnen onszelf) als extern (naar anderen toe). Dit kan variëren van impulsiviteit tot motivatie:
Impulsiviteit: Hoe vaak handel je zonder eerst na te denken?
Motivatie: Wat drijft je om actie te ondernemen?
Besluitvorming: Hoe neem je beslissingen, vooral onder druk?
Sociale processen
Sociale processen hebben betrekking op hoe we met anderen omgaan en hoe we sociale signalen interpreteren. Dit omvat:
Empathie en sociabiliteit: Hoe gemakkelijk maak je vrienden en onderhoud je sociale contacten?
Zelfbeeld en zelfwaardering: Hoe zie je jezelf en hoe waardeer je jezelf?
Identiteit en consciëntieusheid: Hoe definieer je jezelf en hoe verantwoordelijk ben je?
Lichaamsbeleving en interoceptie
Interoceptie staat voor het ervaren van interne prikkels. Deze dimensie gaat over hoe we ons eigen lichaam waarnemen en begrijpen, inclusief interne signalen zoals honger en pijn:
Lichaamsbewustzijn: Hoe goed ben je je bewust van je eigen lichaam en zijn signalen?
Interoceptie: Hoe goed kun je interne signalen zoals honger, dorst en pijn waarnemen?
Waakzaamheid en reactievermogen
Dit heeft te maken met ons energieniveau en hoe alert we zijn. Dit omvat:
Alertheid: Hoe waakzaam en oplettend ben je?
Stressgevoeligheid: Hoe reageer je op stressvolle situaties?
Energieniveau: Hoeveel energie heb je gedurende de dag?
Sensomotorische systemen en exteroceptie
Deze dimensie beschrijft hoe we externe prikkels (exteroceptie) waarnemen en hoe we hierop reageren:
Zintuiglijke waarneming: Hoe verwerk je zintuiglijke informatie zoals geluiden, geuren en aanrakingen?
Motorische reacties: Hoe reageer je fysiek op je omgeving, bijvoorbeeld bij sport of dans?
Door neurodiversiteit te begrijpen via deze verschillende dimensies, kunnen we beter inzien hoe uniek iedereen is. Het helpt ons om passende ondersteuning en aanpassingen te bieden in onderwijs, werk en het dagelijks leven. Het benadrukt ook dat iedereen sterke en zwakke punten heeft, en dat deze variaties niet als ‘afwijkingen’ moeten worden gezien, maar als natuurlijke en waardevolle verschillen.

7. Spiky profiles: sterktes en uitdagingen naast elkaar
Een van de krachtigste inzichten uit het neurodiversiteitsparadigma is het concept van het spiky profile. Neurodivergente mensen hebben geen vlak profiel van gemiddelde vaardigheden, maar uitschieters in beide richtingen: pieken en dalen die verder van het midden liggen dan bij neurotypische mensen.
Die pieken verdwijnen in de praktijk vaak naar de achtergrond, overschaduwd door de dalen. Zonde. Want met een neurodivergent brein is de kans groot dat je uitblinkt in een of meerdere van deze kwaliteiten: gedetailleerd werken, volharding, systeemdenken, hyperfocus, verbanden leggen, actiegericht werken, besluitvaardigheid, creativiteit, ondernemerschap, complexiteit begrijpen.
Dit is geen tekortkoming. Het is een profiel. En een profiel kun je inzetten, als je het begrijpt.
Heeft elk neurodivergent persoon dezelfde sterktes?
Nee. De spiky profiles zijn patronen, geen voorspellingen. Twee mensen met ADHD kunnen totaal verschillende profielen hebben. De waarde van het concept zit niet in het labelen van mensen, maar in de erkenning dat sterktes en uitdagingen altijd samengaan. Je kunt niet het een inzetten zonder oog te hebben voor het ander.
8. Waarom is neurodiversiteit belangrijk?
De meeste organisaties hebben goede intenties. Maar goede intenties zonder kennis en concrete handvatten leiden tot niets. Dat is precies wat ANTRE ziet in de praktijk, na onderzoek bij organisaties als Rabobank, Heineken, Deloitte, LUMC en Ortec Finance: organisaties willen neuro-inclusief zijn, maar missen het kader om het te doen.
Een dominante neurotypische werkcultuur leidt tot stigma, lage psychologische veiligheid en ondisclosure. De meerderheid van neurodivergente professionals vertelt niet wat ze nodig hebben. Ze maskeren. En masking kost cognitieve energie die niet beschikbaar is voor het werk waarvoor ze zijn aangenomen.
Neuro-inclusie is geen HR-thema aan de zijlijn. Het is een strategische keuze die direct invloed heeft op prestaties, verzuim en retentie.
Wat is masking en waarom is het een probleem?
Masking is het bewust of onbewust verbergen van neurodivergente kenmerken om sociaal acceptabel te lijken. Iemand met ADHD die zichzelf constant dwingt stil te zitten. Iemand met autisme die geleerde sociale scripts inzet in elk gesprek. Het kost enorm veel energie. Mensen die langdurig maskeren lopen een groter risico op burnout, depressie en uitval. Voor organisaties betekent het dat ze het talent betalen, maar het beste deel ervan nooit zien.
Wat levert neuro-inclusie een organisatie op?
Neuro-inclusie vermindert verzuim en verloop. Het verhoogt psychologische veiligheid. Het haalt de sterktes van neurodivergente medewerkers naar boven in plaats van ze weg te drukken. Cognitieve diversiteit in teams leidt aantoonbaar tot betere probleemoplossing en meer innovatief denken. Organisaties die hier serieus mee aan de slag gaan, bouwen duurzamer en inclusiever talent op.
Waar beginnen organisaties die neuro-inclusief willen worden?
Bewustwording is stap een, maar het is niet genoeg. Organisaties die echt willen veranderen werken op drie niveaus: ze trainen leidinggevenden in het herkennen en benutten van neurodivergente profielen, ze creeren psychologische veiligheid zodat mensen durven te zeggen wat ze nodig hebben, en ze herontwerpen werkprocessen zodat er structureel ruimte is voor verschillende werkstijlen. ANTRE helpt organisaties op al die niveaus.
Wil je meer leren over neurodiversiteit, of ben je op zoek naar een lezing of workshop voor jouw organisatie? ANTRE biedt trainingen en workshops aan voor leidinggevenden, HR-professionals en teams. Neem contact op via anouk@antrestudio.nl.



Opmerkingen