top of page

Wat zeggen de 6 basisbehoeften uit schematherapie over neurodiversiteit op de werkvloer?

  • Foto van schrijver: Anouk Vermolen
    Anouk Vermolen
  • 3 mei
  • 5 minuten om te lezen

Twee jaar geleden deden we vanuit ANTRE onderzoek naar ADHD op de werkvloer. Meer dan 750 professionals met ADHD deelden hun ervaringen, en daarin kwamen vijf behoeften naar voren die bepalend zijn voor hoe iemand functioneert.


Nu verdiep ik me in schematherapie, een gevalideerde methodiek in onder andere coaching, en ontdek ik hoe nauw die vijf behoeften aansluiten bij de zes basisbehoeften die daarin centraal staan.


In deze blog neem ik je mee door de basisbehoeften vanuit schematherapie, wat de gevolgen zijn in de werkcontext, en hoe ze zich verhouden tot neurodiversiteit. We beantwoorden de vraag: Wat zeggen de 6 basisbehoeften uit schematherapie over neurodiversiteit op de werkvloer?


Wat zijn basisbehoeften volgens schematherapie?

Basisbehoeften zijn de behoeften waaraan in de jeugd moet worden voldaan, zodat iemand zich kan ontwikkelen tot iemand met voldoende veerkracht, gezonde relaties en een effectieve omgang met stress en uitdagingen. Voldaan betekent hier: niet te weinig én niet te veel. Wanneer dat niet in balans is geweest, kunnen daar op volwassen leeftijd valkuilen uit voortkomen, ook in de werkcontext.


De zes basisbehoeften komen uit het boek Coachen vanuit schematherapie van Fleur Kraaijen, Rob van Eibergen en Marieke Hesseling.



Basisbehoefte 1. Veiligheid en verbondenheid

Als kind is het essentieel om je veilig te voelen in je omgeving en je verbonden te weten met de mensen om je heen. Bij een tekort, denk aan emotionele verwaarlozing, een gezin met weinig warmte of mishandeling, leer je niet dat je op anderen kunt rekenen.


In de werkcontext kan dit zich uiten in het gevoel er alleen voor te staan, wantrouwen naar collega's of de ervaring dat er geen rekening met je wordt gehouden. Het omgekeerde, een jeugd waarin alle obstakels consequent werden weggenomen, leidt tot andere uitdagingen: afhankelijk opstellen, moeite met conflict en onzekerheid in het aangaan van moeilijkheden.


De relatie tot neurodiversiteit

In ons onderzoek naar ADHD op de werkvloer stond psychologische veiligheid centraal als behoefte. Dat is niet toevallig. Kinderen met ADHD krijgen voor hun twaalfde naar schatting tienduizenden corrigerende berichten meer dan hun neurotypische leeftijdsgenoten. De aanpassing die daaruit volgt, is een overlevingsstrategie, geen vrije keuze.


Dat werkt door in de werkcontext: het gevoel er alleen voor te staan, de neiging te maskeren en een verhoogde gevoeligheid voor afwijzing, ook bekend als rejection sensitivity dysphoria (RSD). Tegelijkertijd zijn neurodivergente mensen soms opgegroeid met ouders die zelf ook neurodivergent zijn, en die dus niet altijd de begeleiding konden bieden die nodig was.


Basisbehoefte 2. Autonomie en competentie

Autonomie gaat over het zelfstandig verkennen van de wereld. Op elke leeftijd ziet dat er anders uit: een vierjarige wil zijn eigen veters strikken, een twaalfjarige wil zelf naar school fietsen. Te weinig autonomie in de jeugd zorgt ervoor dat iemand onvoldoende leert zelfstandig beslissingen te nemen en problemen op te lossen. In de werkcontext uit zich dit in besluiteloosheid en een neiging om te leunen op anderen. Te veel vrijheid zonder begeleiding en structuur leidt juist tot moeite met grenzen, weinig hulp vragen en onverantwoorde risicobereidheid.


De relatie tot neurodiversiteit

Autonomie was de behoefte die verreweg het vaakst naar voren kwam in ons eigen onderzoek. Kinderen met een neurodivergent brein leren al vroeg dat neurotypische adviezen en oplossingen niet voor hen werken. Ze ontwikkelen hun eigen strategieën, niet uit keuze, maar uit noodzaak. Dat maakt hen in de kern autonoom. Tegelijkertijd herkennen veel neurodivergente mensen zich ook in de keerzijde: moeite met sociale normen (autisme), over grenzen gaan (ADHD), slecht feedback verdragen (RSD) of impulsieve beslissingen nemen (ADHD). Autonomie is geen luxe voor neurodivergente mensen, het is een voorwaarde om überhaupt te kunnen functioneren.

Basisbehoefte 3. Vrijheid van expressie

Vrijheid van expressie gaat over het mogen ervaren en uiten van gevoelens en belevingen. In een gezond opvoedingsklimaat worden emoties gespiegeld, ondertiteld en erkend. Wanneer dit ontbreekt, leer je niet om contact te maken met je eigen binnenwereld. In de werkcontext uit zich dat in een negatief zelfbeeld, het onderdrukken van emoties en moeite met echte verbinding. Te veel vrijheid van expressie, zonder begeleiding in wat gepast is, leidt juist tot ongepaste uitlatingen of anderen kwetsen zonder dat dit de bedoeling is.


De relatie tot neurodiversiteit

Vrijheid van expressie staat bij neurodivergente mensen vrijwel altijd onder druk. Maskeren, het bewust of onbewust onderdrukken van gedrag en emoties om aan de norm te voldoen, is een veelvoorkomende strategie bij mensen met ADHD. De keerzijde is ook herkenbaar: impulscontroleproblemen kunnen leiden tot ongepaste uitlatingen, en mensen met autisme kunnen anderen kwetsen zonder te begrijpen waarom een feitelijke opmerking dat effect heeft.


Basisbehoefte 4. Spontaniteit en spel

Deze basisbehoefte gaat over het ontdekken van de wereld: je verbazen, experimenteren, creëren. Het is nodig om flexibiliteit te ontwikkelen, te leren genieten en de wereld als veilig en boeiend te ervaren. Een tekort hieraan in de jeugd kan leiden tot rigiditeit, perfectionisme en verminderde nieuwsgierigheid. Te veel, zonder begeleiding of structuur, kan leiden tot gebrek aan discipline, moeite met het nemen van verantwoordelijkheid en impulsiviteit.


De relatie tot neurodiversiteit

Neurodivergente mensen zijn in de kern vaak creatief, in de breedte van het woord: knutselen, innoveren, conceptueel denken, onverwachte verbanden leggen. Maar de gevolgen van zowel een tekort als een teveel zijn ook hier herkenbaar. Autisme wordt in verband gebracht met rigiditeit en behoefte aan voorspelbaarheid. Hoogbegaafdheid met perfectionisme. Gebrek aan discipline en impulsiviteit zijn klassieke ADHD-kenmerken. En ook hier geldt: het is zelden zwart-wit.


Basisbehoefte 5. Realistische grenzen

Het aanvoelen en respecteren van grenzen, van jezelf en van anderen, is nodig voor sociale relaties en samenwerking. Een tekort hieraan in de jeugd kan leiden tot moeite met autoriteit, gebrek aan zelfdiscipline en een beperkt gevoel voor wat gepast is. Een overschot aan opgelegde grenzen kan juist leiden tot rebellie, moeite met regels en een onderdrukte identiteitsontwikkeling.


De relatie tot neurodiversiteit

Grenzen zijn voor veel neurodivergente mensen ingewikkeld. Moeite met autoriteit, en dan specifiek niet-gegronde autoriteit, is een veelgehoord thema. Gebrek aan zelfdiscipline wordt gelinkt aan ADHD. Regels en procedures zijn voor mensen met autisme soms juist houvast, mits ze logisch en consistent zijn. Als de regels niet aansluiten bij hoe iemands brein werkt, worden ze al snel als willekeurig ervaren, en dat leidt tot weerstand.


Basisbehoefte 6. Rechtvaardigheid

De zesde basisbehoefte gaat over het begrijpen van hoe de wereld in elkaar zit: wat eerlijk is, wat niet, en waarom regels bestaan. In een gezonde jeugd worden onrecht gecorrigeerd en regels uitgelegd. Wanneer dat ontbreekt, kan een verstoord rechtvaardigheidsgevoel ontstaan, met heftige emotionele reacties op beslissingen die als oneerlijk worden ervaren, zoals een reorganisatie. Te hoge verwachtingen van rechtvaardigheid kunnen leiden tot frustratie wanneer de werkelijkheid complexer blijkt dan de norm.


De relatie tot neurodiversiteit

Een sterk rechtvaardigheidsgevoel is een van de meest herkenbare eigenschappen bij neurodivergente mensen. Mensen met HSP voelen de pijn van degene die onrechtvaardig wordt behandeld. Mensen met autisme vinden rechtvaardigheid logisch en vanzelfsprekend. En mensen met ADHD eveneens. Dit maakt neurodivergente medewerkers vaak tot mensen die onrecht benoemen waar anderen dat laten gaan, wat waardevol is, maar in sommige organisatieculturen ook tot wrijving leidt.


Wat zeggen de 6 basisbehoeften uit schematherapie over neurodiversiteit op de werkvloer?

De koppeling tussen schematherapie en neurodiversiteit laat zien dat neurodivergentie zelden over één specifiek kenmerk gaat. Het vraagt om een totaalbeeld: wat heeft iemand meegekregen, hoe werkt zijn of haar brein, en welke omgeving is nodig om te floreren? Dat vraagt om een andere aanvliegroute dan standaard coaching.


Wil je sparren over neurodivergente coaching of neurodiversiteitsadvies voor jouw organisatie? Neem contact op via het contactformulier en dan plannen we een vrijblijvend gesprek.

Opmerkingen


Meer weten?

Inzichten, verhalen en ontwikkelingen rondom neurodiversiteit ontvangen?

Dankjewel voor je aanmelding

Volg ons

  • TikTok
  • LinkedIn
  • Instagram
bottom of page