Neuro-inclusief leiderschap begint bij relatie, niet bij regels
- Anouk Vermolen

- 17 dec 2025
- 2 minuten om te lezen
Neuro-inclusief leiderschap wordt vaak benaderd als een kwestie van kennis, beleid of āde juiste aanpassingā, maar recent onderzoek laat iets anders zien.
Neuro-inclusief leiderschap begint bij relatie, niet bij regels: inclusie ontstaat niet primair door regels of checklists, maar in de relatie tussen leidinggevende en medewerker.
Recent onderzoek, gepubliceerd in International Journal of Management Reviews, laat zien dat leiderschap in neurodiverse teams vooral draait om wederzijdse communicatie, begrip en betekenisgeving.
Niet:
"Wat doet de leider?"
Maar:
"Hoe verhouden leider en medewerker zich tot elkaar?"
Leiderschap is relationeel
Het onderzoek analyseerde 43 studies uit 13 disciplines (o.a. management, psychologie, gezondheidswetenschappen) en richtte zich specifiek op de interactie tussen neurotypische leiders (die voldoen aan de norm) en neurodivergente medewerkersĀ (zoals mensen met ADHD, autisme of dyslexie).
De conclusie:
Leiderschap wordt ervaren en gevormd in de relatie en via communicatie, afstemming en wederzijds begrip.
Daarbij onderscheiden de onderzoekers twee verschillende manieren van leidinggeven die heel erg van elkaar verschillen:
1. Relationeel (dialogisch) leiderschap
Bij deze vorm van leiderschap is communicatie tweerichtingsverkeer. De medewerker heeft een stem, de leider luistert, stelt vragen en past zijn of haar stijl aan op de persoon tegenover zich.
Kenmerken:
Open gesprekken over behoeften en verschillen
Ruimte voor uitleg, nuance en context
Flexibiliteit in communicatievorm (schriftelijk, mondeling, gestructureerd)
Erkenning dat behoeften kunnen veranderen
Dit type leiderschap verkleint misverstanden, vergroot psychologische veiligheid en leidt aantoonbaar tot betere prestaties en welzijn.
2. Traditioneel (monologisch) leiderschap
Hier vertrekt communicatie vooral vanuit de leider. Verwachtingen liggen vast, normen zijn impliciet neurotypisch en afwijken vraagt aanpassing van de medewerker.
Kenmerken:
Aannames in plaats van afstemming
Beperkte ruimte voor uitleg of nuance
āZo doen we het hierā
Stilzwijgende druk tot maskeren
Deze vorm vergroot juist de kans op stress, miscommunicatie en uitval bij neurodivergente medewerkers.
Het double-empathy probleem: misverstanden zijn wederzijds
Een belangrijk concept uit het onderzoek is het double-empathy probleem. Dit verwijst naar het gegeven dat misverstanden tussen neurotypische en neurodivergente mensen niet eenzijdigĀ zijn.
Niet:
āDe medewerker communiceert onhandig.ā
Maar:
āBeide partijen ervaren een kloof in begrip, omdat ze de wereld anders waarnemen en interpreteren.ā
Wanneer leiders zich hier bewust van zijn, verschuift de focus van ācorrigerenā naar verbinden. Relationeel leiderschap helpt deze kloof te overbruggen, monologisch leiderschap vergroot het.
Neuro-inclusief leiderschap begint bij relatie, niet bij regels
Het onderzoek laat duidelijke gevolgen zien van hoe leiderschap wordt ingevuld:
Bij relationeel, neuro-inclusief leiderschap:
Hogere (zelfgerapporteerde Ʃn beoordeelde) prestaties
Minder stress en uitval
Meer authenticiteit op de werkvloer
Betere benutting van talent
Bij gebrek aan neuro-inclusie:

Maskeren en terughoudendheid
Misinterpretatie van gedrag (bijv. als āongeĆÆnteresseerdā of ālastigā)
Verlies van potentieel
Onnodige frictie tussen leidinggevenden en medewerkers
Met andere woorden: neuro-inclusief leiderschap is een randvoorwaarde voor duurzaam functionerenĀ in moderne organisaties.
Van kennis naar praktijk
Opvallend is dat het onderzoek ook nuance aanbrengt in het idee dat āmeer trainingā altijd de oplossing is. Kennis over neurodiversiteit helpt, maar is onvoldoende zonder:
Open houding
Bereidheid om te luisteren
Tijd en ruimte voor echte gesprekken
Neuro-inclusief leiderschap vraagt geen perfectie, maar relationele aandacht.
Wil je jouw organisatie verder h






Opmerkingen